Duurzame gebiedsontwikkeling
Woningcorporaties

Longread: Niet in beton gegoten, planfase maakt hét verschil

dinsdag 16 december 2025

In Nederland willen we de komende jaren honderdduizenden nieuwe woningen bouwen. Maar er is een groot obstakel: het elektriciteitsnet zit vol. Het gevolg van deze netcongestie is dat projecten vertraging oplopen of soms helemaal niet door kunnen gaan. Gemeenten, corporaties en ontwikkelaars zoeken daarom naar oplossingen om toch woningen te realiseren.

Niet alleen techniek, vooral ontwerp

Vaak wordt gedacht dat de oplossing vooral ligt in techniek: batterijen, slimme installaties of energiemanagement. Dat helpt, maar onderzoek van Planalogic[1] laat zien dat de grootste winst al in de planfase ligt. Met slimme stedenbouwkundige keuzes kan de piekbelasting van het net drastisch omlaag.

Grote verschillen

De verschillen zijn indrukwekkend:

  • Tussen gunstige en ongunstige ontwerpen kan de piekvraag wel vier keer zo groot zijn.
  • Zelfs binnen hetzelfde type gebouw kan het verschil oplopen tot 300%.
  • Een slim ontwerp kan betekenen dat er tweemaal zoveel woningen gebouwd kunnen worden binnen hetzelfde netbudget.

Gemeenten en stedenbouwkundigen zijn vaak verrast door deze uitkomsten: een slim ontwerp kan betekenen dat er tweemaal zoveel woningen gebouwd kunnen worden binnen hetzelfde netbudget.

Welke keuzes maken verschil?

Compact bouwen: Minder buitenmuren betekent minder warmteverlies en lagere piekvraag. Dat betekent lagere energievraag, lagere piekbelasting én lagere bouwkosten. Het is dus een win-win voor bewoners en gemeenten.

Oriëntatie: De ligging van gebouwen beïnvloedt vooral het energieverbruik over het jaar.

De ligging van een gebouw – noord, zuid, oost of west –heeft invloed op het energieverbruik. Een woning die slim georiënteerd is, kan meer profiteren van zonlicht en warmte. Voor de piekbelasting op de koudste dag van het jaar maakt dit minder verschil, maar over een heel jaar kan de energievraag flink dalen. Oriëntatie is dus een factor die vroeg in het proces meegenomen moet worden, omdat het later niet meer te corrigeren is.

Grotere woningen in appartementencomplexen: Deze leiden tot efficiëntere gebouwen en lagere piekbelasting. Een groter appartement betekent vaak dat het gebouw dieper kan worden ontworpen, terwijl daglichttoetreding behouden blijft. Dat zorgt voor een compacter gebouw met minder buitenmuren per vierkante meter vloeroppervlak. Het resultaat: een lagere piekbelasting en een efficiënter energiegebruik. Het laat zien dat niet alleen de vorm, maar ook de programmakeuze invloed heeft op de haalbaarheid van woningbouw binnen het netbudget.

Materialen: De keuze voor materialen gaat verder dan esthetiek of duurzaamheid. Beton en metselwerk houden warmte beter vast dan hout, waardoor de piekbelasting iets lager uitvalt. Het verschil is ongeveer vijf procent. Maar er zit een keerzijde aan: beton scoort slechter op CO₂-uitstoot. Hier zie je dat een keuze die gunstig is voor het net, nadelig kan zijn voor duurzaamheid. Het vraagt dus om een zorgvuldige afweging.

Gevelopeningen: Hoeveel ramen een gebouw heeft, bepaalt hoeveel warmte en licht binnenkomt. Grote gevelopeningen zorgen voor meer energieverlies in de winter, maar ook voor meer zonnewarmte in de zomer. Voor de piekbelasting op de koudste dag maakt dit weinig verschil, maar voor het jaarverbruik wel. Het is dus een factor die vooral belangrijk is voor de totale energievraag en wooncomfort.

Isolatie en kierdichting: Ze kunnen de piek tot 77% verlagen, maar zijn duur als ze pas laat worden toegepast. Als er in de planfase verkeerde keuzes zijn gemaakt, kan isolatie en kierdichting later nog veel corrigeren. Een goed geïsoleerd gebouw met sterke kierdichting kan de piekbelasting drastisch verlagen. Maar deze maatregelen zijn kostbaar en komen vaak pas laat in het proces. Het is dus beter om ze te zien als aanvulling, niet als oplossing voor verkeerde uitgangspunten

Kortom:

  • Compactheid (vormfactor): verlaagt piekbelasting, CO₂-footprint én bouwkosten (tot 30%).
  • Oriëntatie: grote invloed op jaarverbruik, maar relatief beperkte invloed op piekbelasting (max. 14%).
  • Vormfactor/compactheid: cruciaal; lagere surface-to-volume ratio verlaagt piek, CO₂-footprint én bouwkosten (tot 30%).
  • Programma/grootte: grotere appartementen leiden tot compacter bouwen en lagere piek (ca. 9% reductie).
  • Materialisering: beton en metselwerk scoren 5% beter op piek door warmte-inertie, maar slechter op CO₂.
  • Gevelopeningen: sterk effect op jaarverbruik, weinig op piek.
  • Isolatie en kierdichting: zeer effectief voor piekreductie (tot 77%), maar duur in latere fasen.

Wat betekent dit voor gemeenten en corporaties?

  • Borg netbewuste uitgangspunten in de stedenbouwkundige planfase.
  • Voorkom eenzijdige optimalisatie: kijk niet alleen naar piekbelasting, maar ook naar CO₂, GREX en VEX.
  • Gebruik bouwvolume als stuurmiddel: grotere gebouwen zijn compacter en energie-efficiënter.
  • Stuur tijdig bij: hoe eerder, hoe meer win-wins; latere ingrepen zijn duurder.

Conclusie

Vroeg beginnen loont. Keuzes in de planfase – zoals oriëntatie en gebouwvorm – zijn vaak kosteloos te optimaliseren en leveren zelfs besparingen op. Wordt er pas later ingegrepen, dan stijgen de bouwkosten en komt de haalbaarheid van projecten onder druk. Netbewuste nieuwbouw draait om slimme keuzes in de planfase. Door compact te bouwen, goed te oriënteren en programma’s slim in te richten, kunnen we meer woningen realiseren zonder het elektriciteitsnet te overbelasten. Zo blijft de ambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar haalbaar én duurzaam.

 

Literatuur:

[1] https://netbewustbouwen.com/wp-content/uploads/2025/09/PLA_PRE_250908_NETBEWUSTE-NIEUWBOUW-HET-STEDENBOUWKUNDIG-PERSPECTIEF_1.0-DEFINITIEF.pdf