Planeconomie & Vastgoedrecht

Longread: prijsopdrijving van landbouwgrond

dinsdag 10 februari 2026

Soms verschijnt er een advies dat niet alleen analyseert, maar ook ontmaskert. Het nieuwe rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur Grond voor verbetering[1] (Rli, 2026), is zo’n document. Het vakblad ‘Cobouw’ ging hier in het artikel “Overheid drijft zelf grondprijzen op en dat belemmert woningbouw.” op in[2]. De overheid drijft zélf de prijs van landbouwgrond op.

Cobouw

In Cobouw zegt Rli‑raadslid Krijn Poppe het ronduit: “In eerste instantie denk je: de markt is de markt, maar we zien dat de overheid olie op het vuur gooit.” Die olie bestaat uit een mix van subsidies, fiscale vrijstellingen en royale stoppersregelingen. Het gevolg is dat de landbouwgrond in Nederland inmiddels negen keer zo duur is als het Europees gemiddelde.[3] Een hectare kost gemiddeld €90.000[4] en een aanzienlijk deel daarvan is ‘opgeblazen’ waarde, veroorzaakt door beleid.

Vicieuze cirkel

De Rli beschrijft hoe boeren die grond verkopen, de opbrengst vaak opnieuw in grond investeren. Niet omdat ze willen uitbreiden, maar omdat het fiscaal de verstandigste keuze is. De Rli beschrijft dit als een “vicieuze cirkel van te intensief landbouwkundig grondgebruik en hoge grondprijzen.”[5] Geld dat in grond zit, kan niet worden geïnvesteerd in innovatie, verduurzaming of bedrijfsontwikkeling.

En dat wringt. Want dezelfde overheid die deze prikkels in stand houdt, heeft diezelfde grond nodig voor woningbouw, natuurherstel, energietransitie en defensie. Poppe zegt het onomwonden: “Dit is niet handig. Niet voor de landbouw, want geld dat in grond zit kan niet in bijvoorbeeld innovatie worden geïnvesteerd. En het is niet handig voor de overheid, die de hoofdprijs betaalt voor een probleem dat ze zelf heeft veroorzaakt.”[6]

“Haal de prikkels uit het systeem”

Het advies van de Rli is helder en stevig. De overheid moet stoppen met het aanjagen van grondprijzen. Dat betekent:

1. Haal prikkels uit belastingregels en  subsidies die grondprijzen opdrijven,

door:

1a. Fiscale vrijstellingen landbouwgrond om te bouwen naar een pensioenfonds

1b. Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) verbinden aan duurzaamheidsvoorwaarden

1c. Richt landbouwsubsidies op verduurzaming en structuurversterking

1d. Haal prikkels die de grondprijs opdrijven uit de stoppersregelingen

 (Rli, p. 43, 44);

2. Maak onderscheid tussen gebieden voor productielandbouw en maatschappelijke landbouw [7]

In de eerste categorie draait alles om efficiënte voedselproductie op de beste landbouwgronden.  Andere ruimteclaims worden zo veel mogelijk beperkt.

In maatschappelijke landbouwgebieden is de situatie complexer. De ecologische druk is er groter en landbouw moet extensiever worden. Juist hier ontstaat ruimte om landbouw te verweven met natuur, recreatie, zorg, energieopwekking en zelfs wonen. Grote nationale opgaven, zoals woningbouw of defensieterreinen, zouden vooral in deze gebieden moeten landen.

Planologische en financiële ondersteuning

Om deze tweedeling te laten werken, moeten overheden het onderscheid vastleggen in omgevingsvisies en -plannen. Nieuwe categorieën zoals ‘landschapsgrond’ helpen om strengere milieueisen en subsidies gericht toe te passen. Omdat grond in deze gebieden zowel in waarde kan stijgen als dalen, bieden financiële instrumenten zoals rood-voor-groen en bovenplanse verevening mogelijkheden om ontwikkelingen te bekostigen.

Regie bij provincies, richting van het Rijk

De provincies krijgen de taak om deze transformatie in gebiedsprocessen uit te werken, samen met betrokken partijen. Het Rijk moet daarbij richting geven door in de Nota Ruimte een globale indeling van Nederland in beide gebiedstypen op te nemen.

3. Grijp actiever in op de grondmarkt om maatschappelijke doelen te bereiken[8]

Het gaat om een actievere inzet van verplichtende grondinstrumenten, zoals herverkaveling, onteigening en voorkeursrecht, omdat vrijwillige maatregelen in complexe gebiedsopgaven vaak tekortschieten.

Overheden moeten deze middelen eerder en strategischer gebruiken, ondersteund door kennis, juridisch advies en financiële hulp vanuit het Rijk. Daarnaast wordt voorgesteld om grondtransacties te toetsen aan maatschappelijke doelen op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling. Wanneer een transactie daar niet aan bijdraagt, kan een grondbank ingrijpen en de grond toewijzen aan een partij die wél aan de criteria voldoet.

Coalitieakkoord: een opvallende stilte

Het coalitieakkoord erkent de grote opgaven in het landelijk gebied, maar pakt de kern van het grondprijsprobleem niet aan. De prijs van agrarische grond blijft daarmee grotendeels bepaald door dezelfde fiscale voordelen en subsidies die de Rli als ‘perverse prikkels’ bestempelt. Het nieuwe kabinet verandert de spelregels van de ruimtelijke ordening, maar laat de financiële prikkels die de grondmarkt verstoren ongemoeid. Daarmee blijft één van de belangrijkste knoppen om maatschappelijke doelen te realiseren onbenut.

Bron: Advies Grond voor verbetering; over de rol van grond in het landelijk gebied, februari 2026 

[3] Blz 6. Rapport Rli

[4] Blz. 70. Rapport Rli

[5] Blz. 42 Rapport Rli

[6] Cobouw, februari 2026).

[7] Blz. 45-47, Advies Rli

[8] Blz. 47, Advies Rlj