- Opleidingsaanbod
- Planeconomie & Vastgoedrecht
- Duurzaamheid in gebiedsontwikkeling
- Bodem
- Asset Management Gemeentelijk Vastgoed
- Woningcorporaties
- Basiscursus Bodem
- Opleiding Grondzaken
- Incompany Trainingen
- Losse masterclasses
- Nieuws
- Scobe Academy
- Contact en route
Bodem
Een lek dat miljoenen kost: Eindhoven saneert vervuilde ASML-grond en legt rekening bij vervuiler
dinsdag 10 februari 2026
Op het terrein in Eindhoven waar ASML dit jaar wil starten met de bouw van nieuwe faciliteiten, speelt zich een opmerkelijk milieudossier af. Niet de high tech industrie, maar een lekkende mestzak uit de veehouderij blijkt de oorzaak van een ernstige bodemverontreiniging. Voor professionals in bodem, handhaving en gebiedsontwikkeling laat deze casus scherp zien hoe klein falen grote systeemrisico’s kan veroorzaken in stedelijke ontwikkelgebieden.
Een last onder dwangsom bleek onvoldoende om naleving af te dwingen, waardoor de verontreiniging langer bleef liggen en zich verder kon verspreiden. De gemeente Eindhoven grijpt nu in, neemt de sanering over en wil de kosten, mogelijk oplopend tot miljoenen, verhalen op de veroorzaker. Het nieuws werd bekend via berichtgeving van Eindhovens Dagblad[1] en is bevestigd in gemeentelijke antwoorden op raadsvragen van de Partij voor de Dieren.[2] De casus laat zien hoe een relatief eenvoudige fout in de agrarische sector kan uitgroeien tot een complex bodem- en aansprakelijkheidsvraagstuk op een strategische ontwikkellocatie.
Hoe kon dit gebeuren?
Op het perceel stond een grote mestzak gevuld met spuiwater: restwater uit luchtwassers in de veehouderij, dat soms wordt gebruikt als vervanger van kunstmest. Toen de zak begon te lekken, is er volgens de gemeente niet adequaat gehandeld. Het vervuilde water kon wegstromen en diep in de bodem trekken. De gevolgen waren zichtbaar: meerdere bomen gingen dood en een aanzienlijk deel van de grond raakte chemisch aangetast. Uit zowel extern als aanvullend gemeentelijk bodemonderzoek blijkt dat de concentraties van de vervuilende stoffen inmiddels zijn afgenomen door verspreiding en natuurlijke afbraak. De stoffen komen van nature in de bodem voor, maar de extreem hoge concentraties veroorzaakten de schade aan bomen. Volgens de gemeente zijn er op dit moment geen directe risico’s voor de volksgezondheid, al blijft de zorgplicht van kracht.
Sanering noodzakelijk en urgent
Hoewel de verontreiniging niet verder toeneemt -de lekkende mestzak is verwijderd - is saneren noodzakelijk om verdere verspreiding te voorkomen en om het terrein geschikt te maken voor de geplande bouw van ASML. Eindhoven laat een plan van aanpak opstellen dat medio februari gereed moet zijn. De daadwerkelijke sanering staat gepland voor het tweede kwartaal van dit jaar en wordt uitgevoerd volgens het ecologisch werkprotocol, met aandacht voor flora en fauna in het gebied. De gemeente benadrukt dat de oplevering van de grond aan ASML geen vertraging oploopt. Nu de bestuursrechtelijke procedures zijn afgerond, neemt Eindhoven zelf de regie om verdere vertraging te voorkomen.
Waarom niet eerder ingegrepen?
Volgens het college is er direct na de constatering opgetreden in samenwerking met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). De overtreder heeft een spoedsanering uitgevoerd door de mestzak en de oppervlakkige vervuiling te verwijderen. Voor de resterende verontreiniging werd een handhavingstraject gestart, inclusief een last onder dwangsom. De begunstigingstermijn was volgens de gemeente niet langer dan strikt noodzakelijk, maar leidde niet tot volledige sanering. De gemeente stelt dat er geen sprake is van een nieuwe tactiek: overtreders worden altijd direct aangesproken en noodzakelijke procedures worden opgestart.
Wie betaalt de rekening?
De Partij voor de Dieren schat dat de sanering tot twee miljoen euro kan kosten. De gemeente weerspreekt dat bedrag niet en heeft een advocatenkantoor ingeschakeld om de kosten te verhalen op de vervuiler. De verantwoordelijke partij weigert volgens de gemeente om de volledige sanering te betalen, waardoor Eindhoven nu zelf optreedt om verdere schade en vertraging te voorkomen. Het stadsbestuur benadrukt dat de vervuiler uiteindelijk moet betalen. Wat er gebeurt als de veroorzaker niet kan of wil betalen, blijft onduidelijk; de gemeente doet geen inhoudelijke uitspraken over mogelijke juridische stappen om haar positie niet te schaden.
Hoe nu verder?
De gemeenteraad wordt volgens het college op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen. Voor nu ligt de focus op het afronden van het saneringsplan, het veiligstellen van de bouwplanning van ASML en het verhalen van de kosten op de veroorzaker.
Conclusie
Handhaving werkt beperkt bij niet-meewerkende partijen en gebiedsontwikkeling vraagt om vroegtijdige regie. Wanneer een strategisch project (zoals ASML) afhankelijk is van schone grond, kan de overheid niet wachten op vrijwillige sanering. Zelfrealisatie wordt dan een noodzaak.
Literatuur
[1] https://www.ed.nl/eindhoven/eindhoven-laat-vervuilde-grond-op-asml-campus-zelf-saneren~ab308964/
[2]https://raadsinformatie.eindhoven.nl/document/16507199/1?connection_type=17&connection_id=12877149